10 september 2018 Enkhuizen

Na het ontbijt maakt Monique zich klaar om naar Enkhuizen te rijden en daar boodschappen te gaan doen. Ze heeft tijd zat want ze moet op mij wachten, ik vaar daar naar toe met Cocoon. Eerst zet ik haar op een steiger van de haven af. Daarvandaan kan ze naar de auto lopen en ik ben vanaf datzelfde punt al snel weer terug bij de boot. De dinghy moet meteen weer worden opgetakeld en geborgd met lijnen aan voor en achterkant, zodat-ie niet heen en weer kan schommelen. Als hij veel speling heeft, dan schavielen de borglijnen heel snel door en dan wordt het probleem alleen maar groter. 

Vervolgens moet ik ankerop en ik vrees dat er een hoop modder aan de ketting zal zitten. Dat klopt helemaal en omdat ik alleen ben word ik het schoonmaken aardig zat. Elke keer dat ik een meter heb schoongeborsteld, moet ik naar de stuurconsole teruglopen om de ketting een meter verder in te draaien. En dat terwijl ik donderdag bij het uit de dinghy stappen door mijn rug ben gegaan. Het op mijn buik gaan liggen en schrobben en daarna weer opstaan om terug te lopen is gevoelig. Ik krijg het er behoorlijk warm van maar uiteindelijk is het anker los van de grond en vaar ik de havenkom uit. Het anker heb ik de eerste tweehonderd meter nog door het water gesleept om dat ook schoon te krijgen. 

Eenmaal op het markermeer kan de genua uitgerold worden want ik heb halve wind bij de oversteek. Op verzoek laat ik één motor nog even draaien om de boiler heet te maken maar zeilend gaat het prima met rond de zeven knopen. Sneller dan ik had gedacht in ieder geval. Ik zeil langs de nieuw opgespoten eilandjes die in de buurt van de Houtribdijk liggen. Dat is die dijk tussen Lelystad en Enkhuizen. Omdat ze daar al in 2017 een hoop van hadden opgespoten, verwachtte ik dat het nu al wel aardig groen zou zijn, maar zo is het niet. Kennelijk hebben ze het steeds wat hoger opgespoten, ik kijk vooral tegen een hoop zand aan. 

In de haven staat Monique al op me te wachten en ik heb enige moeite om Cocoon tussen de palen en de bootliftsteiger te krijgen. De wind drukt me tegen de steiger. Onderweg heb ik landvasten en stootwillen op hun plek gehangen en vanaf de steiger kan Monique eenvoudig de voortros pakken en beleggen. Als de boot goed en wel langs de steiger ligt, gaan we eerst lunchen. Bij deze bootlift worden we er niet uitgehesen, maar de mast wordt hier wel van de boot gehaald door de kraan die op deze lift staat. De 100 tons lift is te smal voor onze catamaran. 

Voordat de mast van de boot kan worden gehaald, moeten eerst de zeilen er vanaf en daar beginnen we vanmiddag mee. Eerst laat ik de fok op de trampolines vallen en later vouwen Monique en ik hem samen op. Da’s nogal anders dan een tafellaken of dekbedovertrek. In het bakboord ruim vóór vinden we de zeilzakken en die fok past er makkelijk in, ook al is het een pak van een kilo of veertig. De genua is met zijn 96 m2 véél groter en het is nogal een gedoe om het opvouwen netjes voor elkaar te krijgen op de netten. Toch zijn we daar ook tevreden over als de enorme lap in de zak zit. Die kan nauwelijks meer dicht, we hadden hem eigenlijk iets kleiner op moeten vouwen. 

Met een kopje thee rusten we even uit want het is warm werk. Van het grootzeil moeten eerst de zeillatten eruit en om dat te doen moeten de eindpockets worden losgeschroefd. Bij twee van de zes latten strand ik op een dolgedraaid moertje. Die zitten in een kunststof opening en beide draaien ze dol, het kunststof is wat uitgesleten. Morgen zal ik ze uitboren, het lukt me niet om het moertje vast te zetten met een kleine schroevendraaier. Donderdag komt de kraan om ons eruit te tillen zegt Henk. 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.