3 september 2018 op zee in de Duitse bocht

 
Het is drie september en nog voor zeven uur als we opstaan in Brunsbüttel. De eerste boot is de haven al uit en op andere boten worden ook aanstalten gemaakt. Het tij op de Elbe gaat vanaf 8 uur weer naar zee tot straks in de sluisen voor ons die naar Nederland gaan is dat het beste tij om mee uit de Elbe te spoelen. Dat heb je echt nodig want er tegenin gaan is bijna geen doen. Diegenen die niet terug naar het zuiden gaan zeilen willen wellicht naar Cuxhafen. We spraken een Nederlander die zichzelf een grote schnitzel in Cuxhafen had beloofd, dus die gaat vandaag in ieder geval niet verder. Wij wel. De watersporters die naar Hamburg willen, vertrekken pas kort na één uur, als het getij weer omdraait.

Het komt een beetje ongelukkig uit bij de sluis en ze laten ons een klein uur wachten. Het is niet anders. Santana legt de boot even vast aan een werkdok dat Gerhard heet. Zo zegt Jan het ook over de vhf: ik ga even bij Gerard liggen. Wij gaan naast hem liggen maar maken nergens aan vast, we gaan gewoon met de wind langzaam naar voren, richting sluis en daarvandaan tuffen we weer langzaam terug achteruit. Een stuk of tien andere boten en bootjes draaien rondjes voor de kom. Als de deuren van de zuiderkolk opengaan komt er een vrachtschip uit en de lichten springen op groen en rood; het sein om op te varen. Een elf meter zeilboot sprint vanachter het vrachtschip met hoge snelheid de net leeggekomen kamer in. Het kolkt er nog van het vertrekkende vrachtschip. 
 
Die heeft haast denk ik, maar tot mijn stomme verbazing maakt hij zijn boot midden in de sluis vast. Je hoort als eerste helemaal door te varen tot aan de deuren en alle anderen sluiten zo kort mogelijk aan zodat de ruimte in de sluis goed wordt benut. Iedereen die lag te wachten wil graag schutten. Ik kom als tweede boot aanvaren en kan mijn ergernis niet voor me houden. Terwijl ik langs de man vaar om de ruimte voor hem op te vullen bijt ik hem toe: ‘Sie müssen nicht ins mitten festmachen’. De man roept dat het niet anders lukte. Het lukt mij prima, wij binden COCOON helemaal voorin vast, net voorbij de Duitser. Santana ligt aan de bakboordzijde, hun voorkeur en ze hebben er ook meer ruimte. Alle andere boten kunnen er prima bij in. De sluiskamers zijn gigantisch.
 
Al snel kunnen we er weer uit en op de Elbe ziet het er nog aangenaam kalm uit. Het water heeft nog niet door dat het niet hoger in de rivier gaat komen vandaag. Perfecte timing. We rollen de genua uit en zeilenzo zie je nog eens wat de Elbe af, naar buiten. Het gaat steeds vlotter en het weer wordt nog mooi ook. Van Brunsbüttel tot Cuxhafen is ongeveer 16 mijl en daarvandaan naar buiten toe is 19 mijl. Om een uur of één draaien we de boeg nog iets verder en gaat het naar het zuidwesten, richting Nederland. We hebben niet veel wind en die komt van achteren. Dat is om te zeilen niet ideaal en om het getij mee te hebben als we tussen Vlieland en Terschelling door naar binnen gaan, moeten we een kleine zes mijl per uur varen. Met de motor bij kunnen we dat regelen. 
 
Zo beginnen we aan het lange stuk door de Duitse bocht. Het is een kwestie van doorkachelen en aftellen. Eerst krijg je de vijfentwintig mijl langs de mondingen van Jade en Weser. Daar liggen altijd grote vrachtschepen te wachten tot ze binnen geladen of gelost kunnen worden. Als je ‘s ochtends vroeg langskomt, richting Elbe, hangt hier vaak mist. Voorbij dat stuk wordt het rustiger met de scheepvaart en vaar je langs Wangerooge, Spiekeroog en Langeoog. Dan komen Baltrum, Norderney en Juist. Er liggen nog wat kleintjes hier en daar, maar de laatste is Borkum en tegen die tijd heb ik de Nederlandse berichten voor scheepvarenden al op de boordradio gehad. Dat Nederlands is dan toch een beetje een verrassing. Het is midden in de nacht en we varen door. 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.