29 augustus 2018 Kiel, Duitsland

 
Deze dag begon al midden in de nacht, want we voeren ergens tussen Zweden en Duitsland op dat moment en we waren allebei wakker. Ik heb de boot bestuurd en Monique mij. Ze bleef zolang mogelijk wakker om eventueel bijstand te kunnen verlenen. Degene die de ‘wacht’ houdt heeft normaliter de autopilot aan en daardoor dus gewoon zijn handen vrij om even iets te doen aan de zeilen of bijvoorbeeld om koffie te maken. Nu dus niet, ik kan het stuur best wel even loslaten maar het ligt helemaal aan de toestand van de zee en de wind of dat langere tijd of nauwelijks goed gaat. Vandaar dat ze wakker bleef en me op elke wenk heeft bediend. Dat is heel fijn van d’r maar toch heb ik liever een werkende autopilot. Zij ook trouwens.

Een groot deel van de nacht hebben we gemotorzeild. De wind komt dan zo ver van voren dat er nauwelijks op gezeild kan worden. De motor doet het werk, en de zeilen helpen een beetje mee. Het scheelt bijvoorbeeld één knoop snelheid of de zeilen gehesen zijn met een windhoek van bijvoorbeeld 20°. Of andersom: het scheelt wat diesel. Toen Monique erg gaar werd is ze op de bank gaan liggen en kon ik haar roepen als dat nodig mocht zijn. Ik houd het heel aardig vol maar als ze om halfvijf even bij me komt kijken neemt ze op mijn verzoek het roer over en ga ik even liggen.
 
Na een paar seconden doe ik mijn ogen weer open en blijkt het licht te zijn. Erg onbevredigend vind ik zulke bewusteloze nachten. Het was natuurlijk ook kort met twee uurtjes slaap maar ik heb er weinig last van gedurende de dag. Kort nadat ik het roer weer heb overgenomen pakt de wind wat op en rol ik de genua uit. De wind draait ook de beloofde kant op en de windhoek wordt zowaar 60°. Vind COCOON fijn en ze houdt het gas er ruim twee uur op. Dan zijn we achttien mijl verder, bij Gedser. Dat is de zuidelijke uitloper van het Deense eiland Faltser. Daar moeten we omheen en bijna dertig graden afvallen. Ik had het Jan al voorspeld, daar zal het weer uit zijn met de pret maar tot mijn verbazing varen we na het trimmen van de zeilen, opnieuw met tien knopen op de teller. Dat schiet lekker op en ik wordt haast euforisch bij het idee dat we op die manier al rond koffietijd in Kiel kunnen zijn. De wind zou behoorlijk gunstig komen te staan vanmiddag. 
 
Het was te vroeg gejuicht. Er was daar sprake van een ‘kaap effect’. Vijf minuten later is het voorbij en zakken we terug naar een knoop of zes. Niks mis mee, maar niet zo lekker als negen of tien. Omdat de wind daar dan bijna van achteren komt en dat nog een tijd zou blijven, zetten we het parasail. Dat is nogal een klus vergeleken met het zetten van andere zeilen maar wel extra mooi als het werkt. Vandaag is het zeker een klus omdat we het grootzeil hadden laten staan. Je zou het lichtweerzeil moeten kunnen voeren met het grootzeil erbij. Wedstrijdzeilers doen niet anders maar mij levert het meestal problemen op. Vandaag ook weer. 
 
We trekken de sok weer over het parasail en strijken het grootzeil. Dan hijsen we de sok en vult het parasail zich wél goed. Het blijft netjes staan en we beginnen weer te zeilen. Het gaat niet lang goed. Zodra we vaart krijgen wordt de druk in het zeil minder en regelmatig kakt het in of is de windhoek niet goed. Komt ook door mijn belabberd sturen want ik schrijf tegelijkertijd het stukje van gisteren. Nog een uur later ruimen we het hele zeil weer op en hijsen grootzeil en genua. Intussen is Santana weer bijna bij. Die had vanmorgen het nakijken toen Cocoon op het gaspedaal trapte. Santana is ook een grote boot, maar wel een stuk zwaarder dan d’onze. Beter voor Patagonië of het hoge noorden, dat zou ik met COCOON niet doen. Jan en Trees deden het met hun boot wel. 
 
Het laatste rak is de 35 mijl vanaf de Deense kust naar het Kieler fjord. Dat is met de wind van achteren en we moeten verkeerssystemen oversteken en wegblijven uit het oefengebied van de Duitse marine. Dat blijkt allebei lastiger dan het zich liet aanzien. We beginnen met uitstekende omstandigheden aan het rak en er is niet één vrachtschip meer te bekennen rondom ons heen. Pas anderhalf uur later kruisen wij de grootste scheepvaartroute en dan zijn er wel op ramkoers liggende vrachtschepen van links én rechts. Met hulp van de AIS steken we rap vóór de eerste van links over en wachten midden in het verkeersscheidingsstelsel op de volgende die van rechts komt. Die vaart 16 knopen en we laten hem eerst passeren voordat wij oversteken. De wind steekt op en de golven ook. 
 
We hebben moeite om de boot een beetje op koers te houden want de golven duwen de kont(en) steeds om. Daardoor valt de wind uit de genua en heb je geklapper en geflapper van het voorzeil. Als we door zo’n golf uit koers raken kan het ook makkelijk gebeuren dat de wind niet ín het grootzeil valt, maar erachter. Dan wil het grootzeil met een klap naar de andere kant maar dat wordt voorkomen door de zogeheten bulletalie. Met die lijn voorkom je dat en elke keer bij het diep voor de wind varen, zet ik met die borglijn de giek vast op de goede kant. Vandaag breekt de bulletalie twee keer, zo ging het tekeer. En dat gaat met grof geweld kan ik je melden, het is een wondertje dat we geen schade hebben opgelopen. Een gebroken lijn is niks vergeleken met wat er óók kapot zou kunnen gaan. 
 
Uiteindelijk lopen we vermoeid de Kieler fjord binnen en vinden tussen de honderden lichtjes door deze ankerplek. Een suggestie van Jan en de Santana is zojuist achter ons neergestreken. We hebben met z’n vieren een hele nacht doorgehaald, dus pitten zal wel lukken…
 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.