7 augustus 2018 Enklinge, Åland/Finland

 
Omdat we niet goed weten hoe het vandaag uit zal pakken met de wind, wilden we vroeg aan de dag beginnen. Om half zeven zitten we aan het ontbijt en vraag ik een verse weersvoorspelling op. Die zegt dat we tot 16.00 uur tien knopen wind uit het NW zullen krijgen en dat is perfect. Dan mag de afstandbij het verlaten van Rauma van 56Nm geen enkel probleem zijn. Waar we liggen, is de wind al een eind geluwd maar dat is een heel stuk  landinwaarts. Voor we het grootzeil kunnen hijsen moeten we eerst een eind naar buiten door nauwe vaargeulen met vervelende betonning. Ze gebruiken voor dit lastige stuk alleen maar kleine cardinalen (een soort bebakening) zonder toptekens. De manier waarop ze geel en zwart gemerkt zijn moet duidelijk maken wat oost, west noord en zuid is. Nou ik vind het helemaal niet duidelijk en ze liggen zo dicht bij elkaar dat je flink moet nadenken aan welke kant je ze moet passeren. 

Ik maak het grootzeil klaar om gehesen te worden en start de motoren. Dan draaien we de ankerketting binnen en de ketting komt wel maar het anker zit muurvast. Althans zo lijkt het. Dit is een land van rotsen en rotsbodems en het is best mogelijk dat de ketting om een rots gedraaid zit. We varen de boot over het anker heen, halen de spanning eraf en trekken de boel weer strak. Ons anker is zo’n type waarvan het bevestigingsgat een lange sleuf is, die over de hele schacht van het anker loopt. Door met een slappe ketting over het anker heen te varen, schuift de D-sluiting op naar de andere kant van de schacht van het anker. Als je dan daar weer begint binnen te draaien, trek je het anker andersom uit de prut, of achter iets vandaan. Ik heb de theorie altijd perfect gevonden en vanmorgen blijkt het inderdaad ook zo te werken. Fijn anker. Onderste stuk ketting en anker zitten nog vol met dikke klei als het boven komt. Afgelopen anderhalve dag is het kennelijk flink ingegraven door de harde wind. 
 
Dan volgt het zenuwslopende stuk over en tussen de ondieptes door. Al die cardinalen zijn waardeloos. Ze staan te dicht bij elkaar, gewoon groen en rood zou veel duidelijker zijn. Enfin, we komen zonder enig probleem over de ondiepe gedeeltes heen. Via de kaart kan ik er beter wijs uit dan aan de hand van wat ik om me heen zie. Op het diepe zijn we er nog niet, we moeten een heel eind tussen eilandjes door om naar zee te komen. Daar kunnen we wel zeilen en dat doen we dan ook. Beetje eng, maar ook wel kicken om zo snel tussen de eilandjes door te zeilen. We hebben één tack nodig maar verder kunnen we tussen de boeien varen. Er is nog één heel ondiep stuk waar we over heen moeten maar daar staan wel keurig groene en rode boeien. Ik kijk bewust niet naar de dieptemeter maar knal er gewoon tussendoor. Tussen dit type boeien is het gegarandeerd 2 meter diep zag ik ergens. Toch zie ik dat liever niet op de dieptemeter want het blijft erg weinig ruimte onder je kiel. Helemaal als je negen knopen vaart. 
 
De route die ik had uitgezet op de kaart blijkt voor het eerste stuk van een mijl of acht erg hoog aan de wind te zijn. Té hoog naar mijn zin en ik kijk tussen de bedrijven door of ik dat niet binnendoor een eind af kan snijden. Ik zet mijn routes normaliter buiten rotsen en ondieptes langs, zo gauw mogelijk op veilig diep water, zonder obstakels. Ik kan prima binnendoor zeilen maar dan moet ik dus oppassen voor een aantal ondieptes, eilandjes en rotseilandjes, al dan niet onder of boven het oppervlakte uitstekend. Op die manier blijft mijn windhoek zo’n 60° en dat zeilt erg goed. Zeker met de wind die er staat, want dat zijn geen tien knopen. Het is helaas minder. En al varende wordt het langzamerhand nog minder. 
 
Blij dat we vroeg zijn gestart want de eerste helft van de 56Nm hebben we rond half elf al achter de boeg(en) liggen. Vanaf daar wordt het steeds moeizamer omdat de wind ons gaat verlaten. In het vooruitzicht van gisteren zag ik dat nog wel gebeuren en ook dat-ie langzaam naar het zuiden zou draaien. Vanmorgen zag het er beter uit maar we moeten het doen met wat er eerder was aangegeven. De laatste tien mijl is het uit met de pret en moet de motor aan. We kachelen langzaam brommend met vijf knopen naar deze baai. Dit is het eerste grotere eiland dat we tegenkwamen op onze weg naar het zuiden. Morgen en overmorgen gaat het uit het zuiden waaien en flink ook. Hier liggen we in de luwte van het eiland en goed beschut tegen wat er komen gaat. De omgeving is trouwens prachtig. 
 
Achter ons ligt een viskwekerij in de zee en dat bracht Monique op het idee om de gerookte en gepeperde zalm die we nog van de vorige hadden (daar op een marktje gekocht) bij het eten op te dienen. Echt heel erg lekker! 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.