4 augustus 2018 Junnilanjärvi, Finland

 
De dag begint prachtig, er is alleen weinig wind op de sund waar we geankerd liggen. Ik ga er maar van uit dat er buiten meer wind zal zijn. We liggen hier mooi beschut door een hoop bomen aan de windkant. Met ruim vijftig mijl te gaan wacht ik niet te lang met het vaarklaar maken van de boot, het is nog maar de vraag of we wel een beetje snelheid kunnen maken vandaag. Ik rits de huik van het grootzeil los en bind het langs de giek. Als dat gebeurd is blijkt Monique zo’n beetje klaar te zijn dus start ik de motoren en hijs eerst het grootzeil naar de top van de mast. Dan pas halen we het anker op. Als het goed is hebben we dan meteen profijt van het zeil, bij het uitvaren van de vier mijl lange geul naar zee. 

Dat profijt blijkt miniem te zijn. Er is nog te weinig wind om er baat van te hebben, maar áls het komt dan is het zeil er in ieder geval klaar voor. De eerste paar uur moet het vooral van de motor komen. De wind wil nog niet serieus opstarten, we blijven maar rond de vier knopen schijnbare wind zien. Na de middag gaf Pocketgrib wat meer wind door en dat blijkt te kloppen. Zodra ik zes knopen schijnbare wind zie rollen we de genua erbij uit en halen de gashendel van de motor terug. Er blijft vier knopen snelheid over en dat vind ik te weinig voor die afstand. Het wordt hier pas laat donker maar dat wil niet zeggen dat ik pas om half elf aan wil komen. 
 
Na verloop van nog een uur hebben we er nog wat wind bij en nu varen we zo’n kleine zes knopen op de wind. Voldoende om de motor uit te zetten. De wind is bijna helemaal van achteren gekomen en als ik na een tijdje de koers iets moet bijstellen komt-ie echt helemaal van achteren. Dat is iets minder slecht dan pal van voor. We trimmen grootzeil en genua elk naar één kant en gaan melkmeisje varen, zoals dat heet. Daar heb je eigenlijk een goede stuurautomaat bij nodig maar die hebben we niet, dus doen we het zelf maar. De marge waarbinnen de koers moet blijven is ongeveer tien graden. Het hangt er een beetje van af of je net een golf opklimt of afrolt. Iets teveel naar de ene kant dan gaat de genua klapperen en verlies je snelheid, iets te ver naar de andere kant dan wil het grootzeil overstag. Om dat te voorkomen fixeren we de giek met een bulletalie maar dat neemt niet weg dat het zeil dan naar de verkeerde kant klapt. Dan stuur je terug en dan klapt het zeil weer goed.  Maar het klapt wel en dat wil je eigenlijk niet. 
 
Het doet weer denken aan de oversteek van de Atlantische Oceaan. Toen hebben we tien dagen non stop met de hand gestuurd vanwege roerproblemen. Dat nooit weer. Maar goed nu hebben we een niet werkende stuurautomaat en dus moeten we (ik vooral) er tijdelijk weer aan geloven. Vanavond liggen we gelukkig ergens achter ons anker en kunnen we gewoon in ons bed op één oor. Dat was toen wel anders. Daarvoor moeten we wel nog een eind verder vandaag, dus doorsturen. Ik heb halverwege nog wel gekeken naar alternatieven maar die zijn er niet echt. Of we moeten tien mijl naar het vasteland sturen en morgen nog een keer die afstand om weer op zee te komen. Dat biedt schiet niet erg op. 
 
De wind neemt nog iets toe, de snelheid ook dus dat is mooi. Het weer doet een beetje vreemd. Op zee is een vreemde blauwe lucht te zien rechts vóór ons en ik krijg de indruk dat daar een bui of onweer wordt we moesten er toch echt aan gelovengevormd. Het blauw wordt in de loop van anderhalf uur steeds donkerder en het wordt dieper en hoger. Omdat we voor de wind varen blijven we er gelijk mee opvaren. Uiteindelijk gaan onze wegen elkaar kruisen en dat zie ik niet zitten met volle genua en grootzeil op. Uit ervaring weet ik dat daar een pak wind in kan zitten, ook al zal het maar kort zijn. Op onze allereerste tocht met Victory, toen we haar ophaalden uit Denemarken, voeren we op de Noordzee in zo’n wolk en toen hadden we alleen het voorzeil weggerold. 
 
Het grootzeil hadden we strak middenin de kuip geschoot en ik zou er wel op de motor doorheen varen. Er leek niks aan de hand, alleen een bak regen, tot het zeil een enorme klap wind kreeg en de snapshackle waar de grootschoot mee vast zat werd in één tel uit elkaar getrokken. De brokken stainless vlogen me om de oren. En dat was een nieuwe snapshackle, die niet zo klein was. Dat zal ons dit keer niet weer gebeuren, dus rollen we eerst de genua weg en draaien dan de kop in de wind om het grootzeil te laten zakken. Dat gaat allemaal probleemloos, het zeil komt alleen nogal rommelig naar beneden. Maar daar bewijst de zeilhoes zijn goede diensten. Eenmaal dichtgeritst is het net zo netjes als altijd. Dan legt Monique de boot weer op koers en rol ik de gewone fok uit. Op dat zeil, samen met een motor, varen we het laatste stuk.
 
We krijgen niet het hele schip met zure appelen over ons heen, maar een uur later begint het toch te regenen. Dat bleef zo en bij het ankeren regende het nog. We liggen middenin de baai hier want het is erg ondiep om ons heen. Verder is alles goed, het regent alleen. De komende dagen zullen we minder mooi weer hebben, dus ik moet nog een beetje uitkienen hoe we deze reis zo aangenaam mogelijk kunnen voortzetten. We zijn echte mooi weer zeilers, als het rotweer is blijven we liever achter een boek op de bank hangen. 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.