3 augustus 2018 Kaskinen, Finland

 
De wind waait uit een andere hoek vanmorgen. We zijn met de kont naar het Finse vasteland gedraaid, in plaats van naar het noorden. Het wemelt weer van de muggen en mugjes in en om de kuip. Achter het eiland waait het nog niet zoveel maar terwijl ik eromheen vaar, zwiept Monique al zoveel mogelijk insecten uit de kuip. Hoe harder het waait, hoe effectiever het is want met genoeg wind komen ze niet meer terug. Anders laten ze zich zo snel mogelijk weer op dek, wand of dak vallen. Voor zover wij het kunnen beoordelen zijn het meest mannetjes en geen van alle steken. Ze laten wel heel veel piepkleine poepjes achter en dat verbaast ons. Als je toch maar twee of drie dagen leeft, waarom dan überhaupt poepen? Ze eten toch ook niet denken we. 

Het zijn er niet zoveel als de vorige keer en eenmaal aan de zeekant van het eiland zijn de meeste al weer overboord. Het hele stuk tot aan de zeekant van het eiland, is het goed opletten geblazen, want je vaart hier makkelijk tegen een rots of ondiepte. Aan de zeekant rollen we de genua eruit, ik schat dat we daar tussen de zes en de zeven knopen mee kunnen halen. Da’s prima voor het plan van vandaag. Een klein uur later ben ik er al niet meer tevreden mee, de wind is afgezwakt en de snelheid ook. Het parasail moet toch maar omhoog. Ondanks dat dat nogal een gedoe is. We hebben 24 Nm te gaan op min of meer dezelfde koers dus dat lijkt mij wel de moeite waard. De tijd gaat hem zitten in het goed voorbereiden van het zeil en alle vier de schoten. Vandaag had best met twee schoten gekund. Achteraf..
 
Als het zeil eenmaal staat, gaat het inderdaad wat beter. Ongeveer één knoop beter. Tegen die tijd is de wind verder naar het westen doorgedraaid en hebben we hem bijna half in plaats van van achteren. Niet helemaal ideaal voor het parasail. Volgens de beschrijvingen zou ik er tot aan de wind mee kunnen zeilen maar dat haal ik nauwelijks. Het gaat wel, maar niet zo goed als de beschrijving me probeerde te laten geloven. Het voorste lijk blijft onophoudelijk inklappen en dat lawaai vind ik maar vermoeiend. Voor het laatste stuk halen we hem toch weer weg en rollen de genua alsnog uit. Het is dan al lang middag en de laatste mijlen doen we op de genua. Dat is namelijk een stuk relaxter voor ons, vanwege de geluiden vooral. 
 
Vier mijl voor we bij het stadje zijn moeten we een slag landinwaarts maken. Ik vraag Monique erbij aan dek want we moeten gijpen met de genua en daarvoor wil ik hem oprollen en meteen weer, aan de andere kant, uitrollen. Het oprollen gaat wat moeizaam omdat het zeil en passant wind vangt. Ik laat het laatste stukje maar zitten omdat ik hem vrijwel meteen aan de andere kant weermoet uitrollen. Dat blijkt fout. Het  laatste stuk zeil dat heel losjes om de rest heen zit pakt tijdens het overstag gaan meteen de ruimte( de wind gaat er mee flapperen en dat wordt steeds ruiger. Ik kan hem niet eens meer uitrollen aan de goede kant, de schoten zitten eromheen gedraaid. Dat krijgen we wel weer zoals het hoort, maar niet zonder een hoop gedoe en geflapper. 
 
Als we het zeil uiteindelijk goed hebben en aan de stuurboordzijde weer uitgerold, kunnen we met moeite de nodige hoogte halen. We passeren een kleine coaster onderKaskinen Hollandse vlag die daar langs de kade ligt om gelost te worden. Bij het voorbijkomen geven de mannen op de brug een stoot op de hoorn en ze komen drie man sterk naar buiten lopen om even te kijken en te zwaaien. We passeren vlak onder ze. Een kilometer verder komen we ter hoogte van een pontje en wat horeca, zo te zien het middelpunt van het dorp Kaskinen. Net voorbij het pontje laten we het anker vallen en na een kop thee gaan we aan wal, aan de overkant. 
 
We hadden ons voorgenomen om in Finland te tanken vanwege de gunstige prijs en dat kan hier. Eerst lopen we naar de supermarkt, aan de rand van het dorp en als we weer bij de gasthaven aan komen lopen, blijkt de man die over het tanken gaat, gearriveerd te zijn. Eerst varen we terug naar de boot en hangen daar stootwillen langs de stuurboord romp op. Dan gaan we ankerop en parkeren naast de grote dieseltank. Ik kan meteen aan het pompen en vanwege de anti klotsrand in de tankpijp, gaat dat niet erg vlot. Ik kan er bij zitten, dus ik geef er niet zoveel om, maar de man staat er op te wachten dus leg ik uitje zult maar zo'n uitzicht hebben dat ik niet zo snel kan pompen, anders komt het eruit spuiten. Hij zit er niet mee en zegt dat-ie alle tijd heeft. Bij het tankstation voor auto’s zagen we een heel andere dieselprijs. In zijn geval zou ik voor het verschil wel non stop op zulke klanten willen wachten.  Met in totaal 440 ltr zijn onze tanks weer vol en de boot is net door de waterlijn heen gezakt. Tja, de watertank zit ook tot berstens toe vol. We hebben nu voor 1370 kilo water en diesel aan boord. 
 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.