3 juli 2018 Ornö, Zweden

 
Het is afgelopen nacht helemaal kalm en rustig geworden en onze ankerplek bleek prima te voldoen. Het grote cruiseschip dat gisteravond nog vertrok blijkt te zijn vervangen voor een ander, zo mogelijk nog groter schip. We motorren langzaam de sund door, richting cruiseschip. Bij het ankerop gaan hebben we geen modder maar waterplanten aan de ketting. Dat zie ik liever dan de brij die ik er anders vanaf moet vegen. De dikste plukken trek ik er vanaf, dat gaat makkelijker dan van de modder af zien te komen. We koersen naar het nieuwe cruiseschip toe. Daar in de buurt varen we min of meer van koers om de nieuwe ferry niet te hinderen en we hijsen er meteen ons grootzeil. 

Het recht in de wind sturen blijkt nog even een puntje van aandacht voor Jan Joep maar uiteindelijk staat het zeil er keurig bij en beginnen we op de wind vooruit te komen. De motoren kunnen uit en de genua kan ook uitgerold. Er staat maar een knoop of zeven, acht wind en die valt op een hoek van 60° in over bakboord. Perfect en dat is te merken aan onze snelheid, we varen zo’n acht a negen knopen. Ik leg JJ uit hoe het kan dat we harder dan de windsterkte kunnen zeilen. Aan de kant waar de wind vandaan komt liggen allemaal eilanden en eilandjes en die beïnvloeden de sterkte en richting van de wind. Omdat we verderop heel hoog aan de wind moeten zeilen, moet ik continu opletten dat ik zeilen en roeren goed heb staan. 
 
Na een snel stuk valt de wind bijna weg en wachten we met vijf knopen voortgang op de volgende windversnelling. Die komt en meteen goed ook. Van negen gaat het naar tien knopen en nog meer. Bizar dat de wind zomaar van 7 naar 28 knopen aanwakkert. Leuk dat de boot met twaalf knopen over de sund scheert maar ik vrees voor het behoud van onze genua. Ik stuur sowieso hoger aan de wind en dan zakt de snelheid en de windsterkte. Ondertussen heb ik Monique erbij geroepen om het zeil op te rollen. De motoren had ik al gestart maar hoger aan de wind zeilend gaat de meeste druk eruit en lijkt het gevaar geweken. We moeten wel overstag tegen die tijd want als het zo snel gaat ben je ook vlot bij het eiland waar je niet omheen kunt vanwege de windhoek. 
 
Om overstag te gaan moet de genua ingerold en dat wil niet goed. We krijgen hem wel ingerold maar de bovenkant rolde niet goed mee en bovenin zit een veel te los stuk. Zonder voorzeil gaan we overstag en dan rollen we de fok uit. Die is minder groot en achter de fok halen we de genua naar beneden. Met Jan Joep bind ik die aan de zeereling en op de fok kunnen we gewoon verder. Het laveren gaat met de zelfkerende fok een stuk makkelijker. Na een totale windstilte waarin we de genua goed doen en  netjes oprollen, komt er weer nieuwe wind en we zeilen verder op fok en grootzeil met een iets gunstiger windhoek. Zo’n windstilte is bijna altijd een voorbode van een windshift en nu ook. Dit keer ten voordele van het kunnen zeilen. 
 
Zo zeilen we tussen een strook van kleine eilandjes door waarna we strak de hoge wal houden om hier te komen. Er zijn meerdere baaien aan deze kant van Ornö, maar dit is de diepste. We zoeken de luwte van een eilandje op om de zeilen te strijken en terwijl Jan Joep en ik bezig zijn met het grootzeil vaart Monique om het eiland heen. Ik vroeg nog of ze dat ruim wilde doen maar dat is niet goed overgekomen. Ze vaart de boot bovenop de rots met de stuurboord romp. Tuurlijk lag er weer een rots onder het oppervlak, je zult weten dat je in de skärentuin van Zweden vaart. Dit keer kan ik COCOON er vrij makkelijk afvaren. Een geluk bij een ongeluk. 
 
We ankeren in een bocht van de diepe baai en zien overal huizen en huisjes op het eiland. De dinghy brengt ons naar de wal waar we op de gastensteiger stappen om er rond te gaan kijken. Op de kaart zagen uitzicht vanaf de kerk van Ornöwe dat er drie winkels zouden moeten zijn, een strand en een trailerhelling alsook een motoren werkplaats. Wij vinden dat een beetje overdreven. Er is één heel bescheiden snackbar, een nog kleinere schuur waar je ijs en nog een paar dingen kunt kopen en een piepklein winkeltje (6m2) waar je wat eerste levensbehoeften kunt kopen. De trailerhelling is er inderdaad als je hem kunt vinden in het riet en de werkplaats heb ik niet gezien maar kan er best zijn geweest in een van de schuurtjes. Het strand is een meter of tien lang. Het is kortom een allerliefst bedoeninkje waar de beter gesitueerde Stockholmenaar rust en ruimte kan vinden. 
 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.