12 juni 2018 Simrishamn, zuid-oostpunt van Zweden

Het wordt een lange zeildag vandaag met ongeveer 76Nm voor de boeg (zoals de meeuw vliegt) en op de een of andere manier slapen we daar op. Zonder de wekker te zetten zijn we vroeg wakker en op. De genua ligt nog opgerold op het voordek, het weer was er nog niet naar om hem al te kunnen hijsen. Teveel wind. Ik neem me voor om als de wind wegvalt het zeil alsnog te hijsen. Er staat in ieder geval nog genoeg wind vanmorgen om met grootzeil en fok te vertrekken. Het is grauw en bewolkt en samen met de flinke wind vind ik het genoeg reden om mijn zeilpak aan te trekken. Met een vest eronder. Het warme, mooie weer van afgelopen dagen is even afgelopen. Ik hijs eerst het grootzeil en dan pas gaan we ankerop. Monique doet niet zoveel aan routeplanning dus ik wijs haar welke kant we op moeten. 

Nog achter bomen en tegen de vloedstroming in gaat het toch al wel lekker naar de opening van dit wadachtige gebied. Naast ons is het helemaal droog gevallen en net als vorig jaar én tien jaar geleden zie ik twee zeearenden op de zandplaten zitten. Ik denk dat het zeearenden zijn maar zeker weten doe ik het niet, ze hebben (nog) geen witte kop maar zijn wel erg groot. We moeten wat hoger aan de wind omdat het geultje een bocht maakt maar daar voorbij komen we met een windhoek van zestig graden te zitten en dan gaat het meteen rap. De boot springt in z’n hogere versnelling en met zo’n tien knopen kruipen we omhoog op de kaart. 

 
De golven zijn daar ook behoorlijk omdat het lager wal is en maar een meter of vijf diep. Onze Britse vriend Matt zou het ‘boisterous’ noemen. Onstuimig dus en dat is het. Heel langzaam varen we onszelf onder de donkere wolken uit. De eerste veertig mijl houden we goed de vaart erin maar dan wordt het weer mooier en zakt de wind er deels uit. Bovendien moeten we een drukke vaarweg oversteken en dat hoort haaks te gebeuren. De eerste baan van een paar mijl breed ga ik nog redelijk netjes haaks naar de overkant maar dan zie ik in de verte een schip op me afkomen die ik gebruik als excuus om mijn goede koers verder te varen. Daardoor kan ik hem achterlangs passeren en hoeven we het er niet op aan te laten komen of we wel snel genoeg zijn als we het voorlangs zouden proberen. 
 
Tegen die tijd is de wind minder en de koers minder ideaal wat de wind betreft. Het gaat niet zo snel meer, we ‘doen’ nog rond de zeven knopen. De meeste achterliggende jaren zouden we daar dik tevreden mee zijn en vandaag maak ik me er ook niet druk om. Met de genua op zouden we wel beter scoren maar dat is voor een volgende trip. Wat later, bij de kust van Zweden in de buurt, trekt de wind wel weer wat aan maar hij komt nu meer van achteren in en dat vaart niet het snelst maar wel relaxed het is er 48m diep zien we, en dat geeft prettiger golven dan de ondiepe gedeeltes. Om ons heen horen we regelmatig zeilboten opgeroepen worden met het verzoek of ze hun koers iets naar zus of zo willen verleggen. Of dat iemand meer afstand moet houden tot de windmolens waar hij naartoe vaart. Van die dingen. 
 
Eén Duits zeilschip wordt gedurende minstens twintig minuten opgeroepen door de Deense kustwacht. De mensen daar praten hun Engels nogal binnensmonds en zijn niet zo goed te verstaan. Na een paar minuten rust gaat de Duitse kustwacht van station Bremen door met dezelfde oproep aan het schip Dorotea. Eindelijk hoor ik het schip reageren op de oproep en op kanaal 16 wordt hem verteld dat zijn vrouw hem niet kon bereiken en wat of zijn status, ETA en eerstvolgende aanloophaven zijn. Het is een Duits schip en de Duitse kustwacht handelt het af maar het gesprek is in het Engels en op 16. Ik denk dat het een genoegdoenings actie is van de kustwacht want eenieder zit mee te luisteren natuurlijk. De schipper vertelt dat hij om 19.00 uur aankomt in een haven en dat alles aan boord wel is. Ze hebben een plezierige tocht. De radio operator herhaalt alles nog een keer en zegt dat hij het zal doorgeven aan zijn Deense collega’s die het door zullen geven aan zijn vrouw. Ik vind het vermakelijk. 
 
Zelf probeer ik altijd zo te varen dat men het niet nodig vindt om ons op te roepen. Ik kan me ook niet herinneren of dat ooit al ‘ns een keer is gebeurd. Het belangrijkste is dat je door je koers en/of snelheid laat zien dat je je van het andere schip bewust bent en dat je hen duidelijk voorlangs laat gaan. Nu we zelf ook regelmatig een knoop of tien varen moet ik wel eerder anticiperen. Bij de Zweedse zuid/oost kust gekomen zien we nog een paar zeilboten waarvan twee op eenzelfde koers als wij, richting Simrishamn. Dat stadje ligt onder een enorme donkere regenwolk en die zuigt de lucht naar zich toe. Met een windhoek van 130 graden varen we erop af, beide andere zeilers inhalend. Beetje asociaal, voor andere zeilers, zo’n boot als dit. Voor de havenmonding is de plaatselijke reddingsdienst aan het oefenen met reddingsvlotten. We geven ze ruim baan en varen erlangs om in de luwte van de haven te gaan ankeren. Dat gaat soepel en als de rust is weergekeerd zien we het ver achter ons regenen. Boven ons is het weer blauw. We hebben 84,3Nm gezeild vandaag in bijna elf uur. Een gemiddelde van bijna acht knopen. Niet slecht. 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.