2 nov ’09 Atlantische Oceaan, ri Gambia

Met gereefd grootzeil varen we de dag in. Het is een beetje een rommelig geheel met de SB lazyjack aan het zeil vastgebonden en alle lijnen ervan bij elkaar in een kluwen erbij. Toch staat het zeil goed en met deze 5 Bft heb ik geen zin om het te veranderen. Ruim 8 een vd vele vliegende vissenknopen gaan we volgens de laptop en ik vind het wel best zo. Het schip wordt behoorlijk heen en weer geslingerd, maar dat hoort erbij. Als ik mijn hoofd naar buiten steek om, zoals elk kwartier de omgeving te checken op andere boten, ruik ik een sterke vislucht. Walvissen, denk ik en begin de zee om ons heen af te turen. Bij het adem halen van walvissen sproeien ze ook een fontein van damp en water en die ruikt of stinkt, afhankelijk van wie het vertelt, naar vis. De enige vis die ik zie is een vliegende, die in het gangboord is geland. Waarschijnlijk vannacht al, want hij is stijf van dooiigheid.

Het was niet zijn lucht die ik rook want hij lag benedenwinds van mijn neus. Zo ook de grote vistrawlers die ik later zie. Er staat seafood op en het wordt groots aangepakt. Op de een of andere manier heb ik daar wat moeite mee. De gewone vissersboten met een mannetje of vier die door hard werken ‘in de vis’, hun brood verdienen, prima. Deze grote joekels associeer ik meer met professionele stroperij. Ook deze mensen werken hard natuurlijk, maar het is alsof de vis geen kans meer krijgt als je dat zo ziet. Puur sentiment waarschijnlijk. Wel zie ik een vin boven water vlak in de buurt en denk eerst dat we dolfijnbezoek krijgen. Dat is niet zo, het is een haai. Hij ligt rustig in het wateroppervlak en beweegt zijn staart horizontaal. Niet vertikaal zoals flipper. Bovendien heeft hij een stompe ronde haaienkop. Met tweeënhalve meter best een flinke vis. Seb had er eerder ook al een gezien die zich zo gedroeg. Hij is niet erg onder de indruk van ons, want we varen hem op een meter of vijftien voorbij, zonder dat hij een sprintje naar de diepte trekt.

Op een gegeven moment stopt de automaat weer met sturen, en dat is voor mij het sein om alle aansluitingen maar eens te gaan controleren. In de bakskist zit de stuurcomputer en ik kruip er ook in om er alles te checken. Daar, en ook in de stuurkolom zitten de draden goed vast en kan ik geen onregelmatigheid ontdekken. Ook de zekeringen zien er goed uit. In de kast binnen echter, achter de plotter, liggen een paar losse blote draadeindjes van de NMEA van de plotter. Die hebben elkaar wellicht gevonden in alle gehots en geklots, en veroorzaakten de storing. Met tape plak ik ze af en met het indrukken van ‘aut’, kan Monique het stuur weer loslaten.

Om negen uur horen we over ons ssb netje dat de Pjotter en de Tangaroa ongeveer tachtig mijl voor ons varen en de Atmosphere dertig mijl achter ons. De als laatste vertrokken Mjölner komt waarschijnlijk zo’n dertig mijl achter hen aan. Morgen rakenAtmofshere nog in de achterhoedewe de wind kwijt en moet er waarschijnlijk veel gemoterd worden. Toch liggen we dan, volgens Olous waarschijnlijk om deze tijd binnen 100 mijl bij elkaar met zijn allen. Kan goed kloppen, als de motor het moet doen hebben wij zelden haast. Met vijf à vijfenhalve knoop vinden we het meestal wel best. Uiteindelijk denk ik dat we redelijk dicht op elkaar Banjul zullen aanvaren. Eerst nog een mijltje of vijfhonderd te gaan.

Tags: , , ,

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.