4 september 2015 Pulau Talisei, Sulawesi, Indonesië

Met een dinghy vol lege cans vaar ik naar Amaryllis, ik mag ze bij hen vullen met water. Ze hebben een watermaker die eggshell cauri120 liter water per uur maakt en na een studie van bijna een maand, kan Jef nu lezen en schrijven met het apparaat. Ze vinden het geen probleem om een uur langer water te maken om ons, en vorige week SCF, van een verse lading te voorzien. Bovendien hebben ze een buitendouche met een slang eraan van vijf meter lang, ik hoef niet eens de cans uit de dinghy te halen. Heel handig. Mijn tweede rit die kant op, heb ik mijn duikspullen bij me en maak mijn lijntje vast aan de ketting van Amaryllis. Klaar voor de speurtocht naar mijn zonnebril.

In Tawau kocht ik onlangs een nieuwe zonnebril op sterkte, omdat mijn geliefde Maui Jim overboord was gegaan inbijna beeldvullende giftige vis diep, troebel en zeer snel stromend water. De sterkte van mijn glazen zou min anderhalf moeten zijn, maar toen ik door de nieuwe bril keek leek het niet in orde. Ik legde mijn bril op het apparaatje van de opticien en zag dat ze me ‘min twee’ glazen in het nieuwe montuur hadden gezet. Omdat we weg gingen heb ik het geaccepteerd. Als ik de bril op mijn neus houd is het geen groot probleem, maar als ik aan het lezen ben (dat gaat overdag nog zonder bril) moet ik steeds mijn hier voelt deze lionfish zich bedreigdzonnebril even op om te kijken of we nergens tegenaan varen of iets dergelijks en dan worden mijn ogen het accommoderen helemaal zat. Het gevolg is dat ik onscherp zie. Monique en veel andere mensen zitten er niet mee als hun bril ietwat smoezelig is, maar ik wordt daar helemaal gestoord van. Ik maak mijn brillen een keer of vijf schoon per dag en we hebben er een speciale doek voor hangen, op schouderhoogte. Vandaar dat ik nu twee zonnebrillen in gebruik heb en die oudere ging gisteravond dus overboord, achter Amaryllis, toen ik de buitenboord motor aantrok.

De boten liggen andersom vanmorgen dus maak ik de dinghy vast aan de ankerketting en laat me daar in de buurt van de ketting afzinken naar achttien meter. Ik ga er vanuit dat de boten alleen maar om hun ketting draaiden want er was maarboeketje van Talisei heel weinig wind. Beneden is er helaas weinig zicht, ik heb een ‘zichtcirkel’ van een meter of drie. Achterin een diepe baai mag je het niet veel beter verwachten. Ik volg de ankerketting een meter of tien en ga vanaf daar zigzaggen, met de ketting als middenlijn. Een tijdje later ben ik de ketting kwijt. Het kan zijn omdat het bovenste laagje modder is, met daaronder fijn zand. De ankerketting verdwijnt op de meeste plekken onder de modder. Ik volgde meer de indruk ervan dan dat ik de ketting zelf zag. Na een cirkel te hebben gezwommen vind ik hem nog niet terug, dus pomp ik wat lucht in mijn bcd en laat mezelf naar boven zweven. Ik ben bij bovenkomst een meter of vijftig van de boot vandaan.

Eerst zwem ik terug naar de ketting en dan laat ik mezelf opnieuw naar de bodem zakken. Best koud daar beneden. Nu sliertloze kwalkijk ik voor de zekerheid eerst toch maar onder Amaryllis want ik ben er niet 100 procent zeker van dat die ook gedraaid lag toen het gebeurde. Daar vind ik mijn bril echter ook nergens en met alle tijd intussen, om er nog eens over na te denken, kom ik tot de conclusie dat hij toch vóór de boot moet liggen. Heel miniem word ik beneden de schaduw van de boot 18 m boven me gewaar als een iets donkerder plek en daardoor kan ik de ketting terugvinden. Ik maak mijn zoekslagener zit een schelpje in deze pleurobranch met mijn kompas in de hand, anders zou ik volledig verkeerd zwemmen. Dat doe ik boven water al, als ik niet steeds om me heen kijk. In feite doe ik hetzelfde als bij mijn begin en na een tijdje doemt plotseling mijn bril op. Het rode touwtje is op die diepte helemaal niet rood, eerder grijs, maar nu ik er vlakbij ben is het toch zo duidelijk als wat. Ik stijg weer op, langzaam, en houd wat extra tijd in acht, op een meter of zes diepte. Als ik dan bovenkom ben ik maar liefst vijftig meter van Amaryllis vandaan. Ik moet toch wel behoorlijk wat mazzel hebben gehad dat ik hem toch nog heb gevonden.

Drie kwartier later gaan we ankerop en zeilen met beide boten de baai uit. We steken twee mijl rechtdoor om goed uit te komen met de windhoek en gaan dan overstag, mikkend op een opening familie anemone shrimpstussen twee eilandjes, zes mijl verderop. Met 8,5 knoop prikken we de boot tussen twee van de eilandjes. Er staat een hoop stroming en dat komt mooi uit dit keer, want de wind valt weg achter het eiland. Met weinig wind en veel stroming mee komen we binnen een cirkel die door een stuk of vijf kleine eilandjes wordt gevormd. We zoeken ankergrond, maar hebben moeite om iets ondiepers te vinden dan 25 meter. Uiteindelijk laten we het ijzer zakken op een ondiepere zanduitloper. Bij de buren wordt weer water gemaakt en we worden uitgenodigd om nog eens onze cans langs te brengen voor meer. Dat laten we ons geen twee keer zeggen.

Kort na het afleveren van de cans, lig ik in het water achter de boot. Het ismantis shrimp een aflopend zandtalud met hier en daar wat koraal of zacht koraal. Niet het meest fraaie, verre van dat, maar ik vind talloze mooie plaatjes, van een scharrelende mantisshrimp bijvoorbeeld en van een prachtig garnaaltje. Ik hoop dat er wat van gelukt zijn. De nudibranch van gisteren waren volgens Monique maar zozo. De foto’s dan (het bleek alles mee te vallen). Ik heb ze nog steeds niet terug gezien. Vanavond heb ik een hoop uit te zoeken.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.