2 september onderweg naar de NO-punt van Sulawesi

Gisteravond hebben we er een klaverjas avondje van gemaakt. Leuk ook om met Jef en Marin de gebeurtenissen van die dag nog eens door te nemen, het was toch wel apart. We waren van plan om het niet te laat te maken maar door gezelligheid is het toch over twaalven als we terug op de boot komen. Geen nood, na het schrijven van mijn stukje ga ik nog bijna op mijn normale tijd naar bed. Vanmorgen worden we wakker in een redelijke puinhoop. Ik had gistermiddag nog gezocht naar de sluiting die we hebben in de navigatie apparatuur. Door het water dat binnenkwam is er een kortsluiting in de wind en dieptemeter set en dat zijn displays waar we heel vaak op kijken tijdens het zeilen. Onder dezelfde knop op het schakelpaneel (instruments) valt ook de AIS. Daar is op zich niets mis mee, maar door die sluiting kan het niet aangezet worden.

Het water is over de kabelboom achter de bank gelopen en daar achter zitten wat kastjes van verschillende apparatuur. Door de rugleuning van de bank weg te laten hoopte ik dat het daar droogt. Op de grond eronder heb ik het meeste weggewerkt met een doekje, maar ik kan er slecht bij. De accu’s staan eronder en die schuif je niet even aan de kant om wat ruimte te maken. Dat kan trouwens niet eens, want ze staan geborgd. Monique heeft alle nat geworden kussens afgenomen met zoet water en voor zover mogelijk laten drogen. Vannacht hebben we ze weer binnen gelegd en samen met de losse panelen kijken we dus tegen een berg rommel aan.

We scheppen een beetje orde in de chaos en ik probeer nog eens of de ‘instruments’ nu al wel aan blijven. Niet dus. Toch maken we ons klaar om te vertrekken, er is altijd nog de gewone windvaan, bovenop de mast. Amaryllis komt al langs, gauw starten we de motoren en halen de vijftig meter ketting plus anker binnen. Zodra we tussen de riffen uit zijn waar we beschutting hadden gevonden tegen de golven, steekt Monique de kop van de boot in de wind en hijs ik het zeil omhoog. Op alleen het grootzeil varen we weg, met de wind recht van achteren. Tropical Soul en Amaryllis varen allebei ‘goosewinged’ de baai uit, het grootzeil over stuurboord en het voorzeil over bakboord. Ik wil het eerst even aankijken, voordat ik het voorzeil weer op en uit moet rollen aan de andere kant.

Het lijkt goed bestendig allemaal, ik zie hun zeilen vol blijven staan en langzaam lopen ze weg van ons. Toch maar de genua erbij uitgerold. Dat gaat snel beter en gedrieën varen we deze deuk in de bergen uit. Juist door dat grote dal waar Kwandang in ligt, staat daar bijna altijd wind in dit seizoen. Het steekt Sulawesi over op die plek, komende vanuit de Molukken Zee. Die wind duwt ons nu de zee op. Een vreemde zee overigens want een paar mijl naar buiten is er amper nog wind, maar golven zijn er genoeg. Die worden veroorzaakt door wind, achter ons, tegen stroming en we passeren verschillende plekken waar op het ene moment de golven over de spiegel rollen, terwijl het dertig meter verder nagenoeg glad is. We proberen het met de asymetric, eerst over de linker boeg, tot dat twee minuten later onhoudbaar is en we moeten gijpen met het zeil. Dan moet de sok er overheen worden getrokken en even later hebben we wel weer wind, nadat het grootzeil spontaan ook gegijpt is.

Alsof we in een draaimolen op de kermis zitten en over de radio hebben we het over deze gekke toestanden, alle drie zijn we aan het worstelen met onze zeilen. De zee gaat verschillende keren van wild naar bladstil. Eindelijk lijkt er een redelijke wind aan te komen en dan kunnen we de zeilen trimmen, aan de wind, alleen van links in plaats van rechts, zoals de gribfiles vanochtend aangaven. Zo rond half elf komt de vaart erin, ook al hebben we waarschijnlijk de stroming tegen. Met zes knopen gaan we naar het NO en dat blijft de rest van de dag zo. Heel weinig golven, het wordt een rustig dagje de goede kant op. Nadat ik mijn boek uit heb duik ik nog eens tussen de bedrading op een dringend verzoek daartoe van Monique. Ze ziet het helemaal niet zitten om zonder instrumenten te moeten varen vannacht.

Ik word daar niet zo zenuwachtig van, het is alleen anders. Toch doe ik mijn best om een stapje dichter bij de oplossing te komen. Achter een stuk of veertig, vijftig kabels zit een kastje van Simrad en ik vermoed dat daar de instrumenten van links en rechts hun vertaalcentrum hebben. Daar is ongetwijfeld water overheen gekomen want het zit precies onder een kabeldoorgang waardoor veel van de binnengekomen zee is weggelopen. Met een lange dunne schroevendraaier draai ik de deksel los en met een pincet met een knik in het uiteinde pak ik elk schroefje tussen alle bedrading door naar veiligheid. Vallen is heel moeizaam zoeken. Nadat ik schroeven en dekseltje heb losgehaald, kijk ik tegen een printplaat aan met een bonte schakering van priegelige weerstandjes, solderingen, relais en weet ik niet wat meer. Voor zover mogelijk maak ik het schoon met een borsteltje en spuit de voorkant onder de contactspray.
Na drogen schakel ik de power weer in maar dat biedt geen soelaas.

Om te weten of ik goed zit met dat kastje, ontkoppel ik de plusdraad en schakel nogmaals de ‘instruments’ aan. De gezekerde schakelaar blijft aan en dus kan ik nu in ieder geval de AIS weer aanzetten. Dat maakt het leven al een heel stuk makkelijker. We varen immers op met Amaryllis en dus kunnen we die op het scherm in de gaten houden en zonodig gewoon kopiëren qua koers. Voor ons in het donker wat eenvoudiger. We zullen alleen moeten zien dat we bij ze in de buurt blijven. Daarnaast is het zeker voor Monique ook wel zo prettig dat ze eventuele andere boten beter kan zien en op de AIS checken of alles goed gaat. Tot mijn verassing zie ik nu al een tijd twee lichtjes. Eerst dacht ik dat het vissers waren, maar het is hier een paar duizend meter diep. Op een gegeven moment horen we twee rallyboten op de vhf met elkaar praten en die moeten het dus zijn. Op de AIS zie ik ze echter niet.

Het is inmiddels een uurtje later en de twee lichtjes bleken van een sleepboot met sleep te zijn. Die dingen hebben hier geen AIS en dat is wat lastig soms. We lopen langzaam met elkaar op, de wind is al een tijdje heel zwak en onze snelheid is net zo langzaam als die van de sleepboot. We hebben kruisende koersen en hij is een paar honderd meter lang met zijn sleep. Lastig. Dan komen we in de buurt van een klein frontje en opeens varen we 7,5 knopen. Genoeg om de sleper aan zijn loefzijde voorbij te varen en voorlangs naar zijn bb kant te steken. Dan zijn we vrij van hem maar omdat de wind weer wegvalt als we zo’n beetje voor hem zitten zet ik een motor aan om uit zijn buurt te komen. Amaryllis zit vlakbij en die steekt ook naar dezelfde kant van de sleep. Langzaam pikt de wind weer op. De paar wolken zijn achter ons en hopelijk wordt het weer wat bestendiger. Voorlopig hebben we de motor nog maar nauwelijks nodig gehad.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.