1 juni 2015 Tanjung, Bunguran, Natuna Islands, Indonesië

Voor we naar de wal gaan dek ik het grootzeil nog even af met de huik. Gisteren zijn we meteen richting strand gegaan en kwam het er niet van. Om negen uur komen we net als de andere zeilers aan bij het strand waar een gedeelte is afgebakend vooruit, meedoen madamvoor alle dinghy’s. Gisteren lagen die tussen de vele honderden mensen en Yanina had geklaagd over de kinderen die ze op hun dinghy aantroffen. We vinden het allemaal een beetje overdreven, maar de reactie is prompt en we worden door mensen van het bureau voor toerisme, samen met mannen van het leger, geholpen met de dinghy aan land te brengen. Uit alles blijkt dat onze verschijning voor de eilandbewoners een nieuwe ervaring is. Het verbaast me derhalve dat er überhaupt een bureau voor toerisme is. Uit gesprekken met onze begeleiders blijkt dat het voor henzelf ook nieuw is. Tot voor kort werden er amper toeristen toegestaan op de Natuna’s.

Het eiland ligt dan ook in een stukje zee waar een hoop om te doen is. China roert zich omdat het claims legt op veel meer zee dan internationaal gerechtvaardigd is en de omringende landen die daar de dupe van zouden worden, lopen op eieren Indonesië, synoniem met papierwerkomdat dat land zo’n belangrijke handelspartner voor ze is. De aanwezigheid van olie is de reden van dat gedonder. Daarnaast is dit stukje wereld de nummer één wat betreft de zee piraterij. Gedurende de overtocht hier naartoe hadden we een enorm begeleidingsschip naast ons, in de vorm van een Indonesisch marineschip. Eerst vond ik het grote zwarte silhouet, stil meevarend op de achtergrond, een beetje bedreigend, maar later eigenlijk wel prettig. Aan de wal kunnen we meteen de uitklaring regelen. Er is een immigration officer naar de ankerplaats/ feestterrein gekomen om dat voor iedereen meteen te regelen.

Er staan weer een hele hoop stoelen klaar onder een tentdak en pal voor het podium. De zeilers zitten op de derde vierdekleren maken de......... en vijfde rij, de eerste twee rijen zijn voor de lokale vip’s. Net als overal elders komen die dan opeens met zijn allen opdagen, ook weer vooraf gegaan door politie escorte met zwaailichten. Er zijn weer toespraken want zij zijn blij dat ze ons mogen verwelkomen en wij zijn blij dat we zo gastvrij worden ontvangen. Er is zang en dans voor ons op het podium en op het terrein ervoor. We begrijpen weinig van wat we te zien krijgen, de dans drukt kennelijk van alles uit, maar wij zien het eerlijk gezegd niet. De traditionele krijgsdans begrijpen we des te beter en al die commandanten op de rijen voor ons hebben daar ook meer mee als ik zo naar de reacties kijk.

Na afloop loop ik samen op met één van hen en het blijkt de kapitein te zijn van het grote marineschip. Hij praat krijgsdansuitstekend Engels, veel beter dan de vertaalster op het podium, en hij vraagt waar ik vandaan kom. Daarop vertelt hij dat zijn schip uit Nederland komt en nog maar pas door zijn navy is aangeschaft. Gebouwd in 2008. Het is een aardige vent en veel gemakkelijker in de omgang dan bijna alle eilandbewoners. Dat komt vooral omdat hij zo goed Engels praat en niet de afstand voelt die bijna iedereen hier wel houdt. Men is enorm vriendelijk en aardig, maar we blijven een soort royalty in de ogen van de gewone man.

Na de lunch, die voor ons klaarstond, zijn er onder andere kanoraces en we zijn gevraagd om ook een team te formeren. Met Greg, Jef en Jacob stappen we later in één van de ranke bootjes waarin de spierballen van hetde wedstrijdboten liggen klaar eiland met elkaar in de strijd gaan. Er is een baan van tweehonderd meter die we af moeten leggen, keren en terug door de poortjes tot het beginpunt. Jef vraagt of ik wel eens in een kano heb gezeten en ik moet bekennen dat ik er zelfs een had in mijn jeugd. Deze hier zijn wel heel anders. Slank, kort en met een diepe kiel. Het lijkt zo eenvoudig als je de mannen erin ziet racen, tot we er zelf instappen. Ze zijn uit één stuk boomstam gemaakt denk ik, maar zo dunwandig dat ze toch licht zijn en soepel op de golven bewegen. Zo soepel, dat we goed ons best moeten doen om er niet meteen uit te donderen. Hier werd voor de komst van de dieseltjes mee op tonijn gevist horen we. sport verbroedertVanaf de start is het hard werken om snel te zijn, maar ook om niet om te slaan. Ik denk voor te liggen, maar wil tegelijkertijd niet alles geven omdat er ook nog een zelfde stuk terug moet worden geroeid. Ik voel meer dan dat ik het zie, dat Greg, die naast me roeit, hooguit een halve bootlengte achter ligt en hij doet er alles aan om me voorbij te komen op het laatste stuk. Het is voor de fun zegt iedereen, maar voor zeilers geldt dat wanneer twee zeilboten elkaar zien op het water, dan heb je een wedstrijd gaande. Zo is het met dit roeien ook. Het is great fun en ik ben afgepeigerd, maar wel eerste, na twee keer tweehonderd meter. Jacob heeft de finish niet gehaald, die ging om bij het draaipunt. Tot grote hilariteit van alle locals op het strand. Opnieuw gaan we tig keer op de foto en worden we geïnterviewd.

Na een rustige middag op de boot met een klusje en wat lezen voor mij, komt Monique terug van een trip naar het stadje,even Indonesië aandoen voor wat rondkijken en shoppen. Met honderdduizenden rupia’s gaat ze op weg, maar komt er mee terug ook. Ik geloof dat ze vooral dingen heeft gezien die je bij de Xenos zou kunnen vinden en daar lieten we dat ook al netjes in de schappen liggen. Zo meteen gaan we weer naar de wal voor meer officiële toestanden van het ministerie van toerisme. Het wordt lekker gemaakt met eten en optredens. Gisteravond heb me daar uitstekend mee vermaakt, terwijl Monique het aan boord rustig hield.

 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.