29 april 2015 Palua Sibu, Maleisië 2*28.336’N 104*30.478’E

Op de huiswaarts kerende vissers na, was het doodkalm in de riviermonding. We hebben er met zeven boten overnacht. Om half zeven zien we bij iedereen de lichten aan, aan boord en nog voor zeven uur zijn alle zeven de boten weer verdergood morning sunshine onderweg. We volgen dezelfde weg terug als die we bij binnenkomst namen en niemand heeft enig probleem met de diepgang, ook al gaan we over de tamelijk ondiepe drempel van de rivier. Eenmaal door het ondiepe gedeelte van de baai, draaien we om de zandplaat met rotsen heen en koersen opnieuw noord. Er is een weinig wind en wij zetten beide zeilen en doen de motoren uit. Langzaam beginnen we de motorzeilende boten in te halen. Mijn ontdekking van gistermiddag doet het opnieuw goed. Grootschoot strak doorzetten aan de wind en verder trimmen met de traveler. We lopen net zo hard als de ware wind waar we tegenin gaan.

De pret duurt alleen niet lang. Voor ons zien we Kularoo dertig graden naar rechts uitwijken en waarom Bill en Gail dat doen is ons niet duidelijk. Totdat een paar minuten later onze fok begint te klapperen. Er is een windshift en om te kunnen blijven zeilen moeten we net als Kularoo een heel eind naar rechts. Dat is even later ook niet houdbaar en we proberen het over de andere boeg. Het wil niet en de motor moet erbij. De bb motor wel te verstaan want gisteren bleek er opeens weer geen koelwater uit de sb motoruitlaat te komen. Het blijft sappelen met dat ding. Al zeilende hebben we ongeveer twee derde van de afstand afgelegd, dus het valt allemaal nog mee. In deze westelijke baai van Pu Sibu zien we een stuk of tien zeilboten liggen en het zijn allemaal deelnemers van de rally. We vinden met gemak een plek aan deze beschutte kant van het eiland.

Het water is redelijk helder en nadat we goed en wel geankerd zijn, duik ik erin. De bodem van de baai is een grote zandvlakte en zwemmend over de bodem speur ik naar oneffenheden, rommel, of wat dan ook. In principe is er weinig te zonder benul van zijn eigen uiterlijk, een chocolate chip starfishbeleven op zo’n zandbodem, maar als er iets op de bodem ligt, dan is daar bijna altijd ook wel iets interessants te zien. Het eerste dat ik tegenkom, is een fraaie zeester. Sommige types zijn uitgesproken zandbodem bewoners en dit is er zo een. Even later zie ik een heel plat soort zeeanemoon, van een halve meter in doorsnede. Die is op zich niet bijster interessant, maar de vier anemoon vissen die erboven hangen wel. Het is een soort die ik nog niet eerder heb gezien, laat staan op de plaat gezet. Ernaast ligt iets in een kuil, wat lijkt op een stuk oud visnet. Er bewegen een stel kleine garnalen overheen die ik ook niet eerder zag. Toch maar terug voor de camera.

De plek met de anemoonvissen kan ik niet meer vinden maar wel andere interessante dingen. Waaronder een Sea Apple die onderweg is naar de disco. Na zo lang amper gedoken te hebben ben ik redelijk tevreden met hoe het gaat vanmiddagSea Apple en ik vind het nog steeds zo leuk om te doen. Ook al zouden de meeste duikers hun neus ophalen voor wat er te zien was. Als later de zon wat lager staat klim ik in het motorruim en moet daar eerst de grote V-snaar demonteren om bij de kleine te kunnen komen die gebroken is. Inmiddels ben ik ervaren en weet het redelijk snel voor elkaar te krijgen. Alleen heb ik nu mijn laatste kleine V-snaar gebruikt. Ze moeten bij een volgende gelegenheid opnieuw worden aangeschaft. Het lijkt erop dat beide poelies niet mooi in lijn staan, anders zou deze snaar niet zo snel gebroken zijn. Duimen dat-ie het nog driehonderd mijl uithoudt, tot Terenganu. Daar verwacht ik wel een paar nieuwe aan te kunnen schaffen.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.