1 september ’09 Ilha da Culatra

Raar is dat, we zeilen nu alweer sinds 8 juni en vannacht kan ik niet goed slapen omdatwe hèbben we een recept voor zeeëgels aan boord we vandaag  een stuk verder zeilen. Ongeveer een week hebben we in of bij (Alvor) Portimao doorgebracht. Het positieve is dat ik en Monique net zo vroeg wakker zijn. Dat is handig want het eiland waar we nu naar toe zijn gevaren ligt in een droogvallend gebied en volgens de berichten zou het in de ingang hard stromen bij eb. Bij vloed ook maar dan heb je er alleen maar profijt van. Als we er rond half twee of eerder kunnen zijn dan hebben we net doodtij, voordat het eb wordt.

Om 8.15 uur is het anker los en varen we de baai van Portimao uit. Een dikke dertig mijl te gaan. Ik bereken dat we over de hele afstand gemiddeld 6 knopen moeten varen om voor het inzetten van de eb (daar, bij Ilha de Culatra cq Olhao) het toegangs kanaaltje in te varen. Tegen de verwachting in, staat er een goeie drie Bft noordenwind, nèt buiten de kust. We hopen daar zo lang mogelijk gebruik van te kunnen maken, voordat het landwind-effect gaat optreden. Als er weinig wind staat, krijg je door het snel opwarmende land langs de kust, een wind die vanuit zee naar het land gaat waaien. In de nabije kuststrook. Afhankelijk van bewolking en dergelijke kun je dit effect vanaf een uur of 10  verwachten.

En inderdaad, tot die tijd speren we langs de kust over een vlakke zee met tussen de 6,5 en de 8 knopen snelheid over de grond. Het log doet het niet. Door wier, algen of zeepokken, zal het schoepje onder de boot wel weer vastzitten. Je moet er even aan denken bij het zwemmen. Met onze “klusjesborstel” is het zo verholpen. Tegen tienen naderen we een kaap (uitstekende landpunt) en daar valt de wind weg. Gelijk gaat de motor aan, mocht het na die kaap weer gaan waaien kan onze diesel net zo snel ook weer uit. Onze snelheid is vandaag belangrijk. Zoals vaker, na het wegvallen van de wind komt deze uit een andere richting weer terug. Naar de kust, uit het zuidwesten het was al verwacht. Motorzeilend houden we de snelheid op 6 knopen en om even voor tweeën draaien we het waddengebiedje in. Het is nog doodtij, perfect.

In de verte, voor Olhao en aan de eilandkant voor het dorp liggen een hele batterij masten. Dit is een gewilde ankerplek. Het eiland en zijn bewoners zouden nog in ouderwetse staat verkeren. Het zijn voornamelijk vissers, en we zien alleen maar lage huisjes. Haast barrakken, van het water af bekeken. Zeilend varen we naar de ankeraars, als een snelle rib op ons afvaart. Het is Adam die ons wijst op een plek die een kilometer ook hier kokkels voor het oprapenverder ligt en erg “blue-lagoon like” is. Zij zullen daar ook naartoe verhuizen.  Het is inderdaad en fraaie ankerplek. Aan de noordkant ligt eerst een paar kilometer water wat gedeeltelijk droogvalt bij eb en aan de zuidkant is een lang leeg zandstrand, met daarachter wat laag duingebied en daarna weer de zee. Terwijl wij daar ankeren proberen Jeroen en Adam met speervissen iets te vangen. De half gevangen pulpo (inktvis)  weet echter weer te ontsnappen.

Na het eten is het al behoorlijk laag water en ik moet kiezen tussen gaan vissen of kokkels gaan zoeken. Samen met Monique ga ik voor de kokkels. Met de andere boten'k heb hele mooie Kokkels spreken we af morgen eerst te gaan vissen en dan met de vangst op het strand te barbecueën. Beetje link om nu al af te spreken om de vangst samen op te eten, voor hetzelfde geld wordt het noppes, nada, niks. Gelukkig werken mijn superieure kokkelkunsten op deze kusten ook. Monique kan het nu eveneens !  In korte tijd hebben we meer dan een halve puts vol. De helft daarvan wil ik morgen met een meeljasje bakken in de olie. Zoals ik toen met mosselen deed. Alleen al die heerlijke seafood lucht bij het koken net,  heerlijk. Ik hoop dat we morgen ook nog iets kunnen vangen.

Tags: ,

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.